Vipassana

Vipassana


Een pijnlijke stilte

Saskia de Haas

Ik ging de stilte opzoeken. De stilte in mijzelf. Ik had me niet goed voorbereid, ik ben gewoon gegaan. Vooraf maakte ik mij vooral druk om alle dingen die ik tien dagen niet mocht doen, zoals lezen, schrijven, praten en oogcontact maken. Ik was haast vergeten wat ik er wel kwam doen.

Bij aankomst moest ik opnieuw een vragenlijst invullen over mijn geestelijke gesteldheid. Het was dezelfde vragenlijst als ik een half jaar daarvoor bij de aanmelding had ingevuld. Bij het inleveren van mijn vragenlijst gaf ik ook gelijk al mijn waardevolle spullen af. Mijn telefoon verdween in een stoffen zakje. Opgelucht liep ik met lege handen naar mijn kamer. Ik was verlost. De stilte was begonnen. Na een half uur verveelde ik mij al.

Samen met een meisje heb ik honderd rondjes gelopen over het terrein. Tot 19 uur mochten de mannen en vrouwen nog over dezelfde paden lopen. Daarna werden we van elkaar gescheiden. Ik vroeg me gelijk af of er ook een genderneutraal pad was. Dat was er niet.

“Betekent dit dat we niet meer mogen praten?” vroeg ik aan het meisje met wie ik rondliep, nadat om 20 uur de gong had geklonken. Ze haalde haar schouders op. “Ik weet niet” zei ze. “Dan zijn dit mijn laatste woorden” reageerde ik beladen. We begonnen te lachen, maar besloten zonder iets te zeggen dat we niet meer gingen praten. Na het lachen waren we echt stil. Tien dagen lang.
In de meditatiehal kreeg iedereen zijn eigen plek toegewezen. Ik zat op ‘H-2’. De mannen en vrouwen zaten wel in dezelfde meditatiehal, maar hadden allebei een eigen ingang en eigen helft van de zaal. We werden door een smal pad van elkaar gescheiden.

De Vipassanatechniek kregen we geleerd van S.N. Goenka, een Indiase leraar uit Birma die nu al zo’n zes jaar dood is. Vipassana betekent letterlijk ‘de dingen zien zoals ze werkelijk zijn’. Hij zei ook een keer dat je door Vipassana te beoefenen, leert te sterven. S.N. Goenka klonk alsof hij een beetje dronken in de kroeg over de bar hing en zichzelf op een cassettebandje opnam. Hij echode bepaalde woorden om ze meer gewicht te geven geven geven. Vooral het woord ‘misery’ heeft hij veel geëchood. Als hij begon te zingen zag ik hem lallend de kroeg verlaten en naar huis lopen. Of in bad zitten en naar het plafond staren, terwijl hij liedje na liedje zong. Na een paar dagen verdween dit beeld gelukkig.

Elke ochtend klonk om vier uur de gong. Ik sliep in een kamer met nog twee vrouwen. Het was eerst wat onwennig om ze niet aan te kijken. Ik wist niks van ze, behalve dat één vrouw meerdere Oeroltruien had en de andere vrouw een winkeltasje uit India.

Het mediteren deed pijn. De eerste dag deed zoveel pijn dat ik me telkens afvroeg wat ik hier deed, waarom ik mijzelf dit aandeed en waarom niemand mij had gewaarschuwd of gestopt. Er werd herhaald dat de eerste dag het zwaarst zou zijn. Dat luchtte op. Vanaf hier zou het beter worden.

Op dag twee had ik nog meer pijn. Er werd gezegd dat dag twee het allerzwaarst zou zijn. Ik was boos op dhr. Goenka en voelde me bedrogen. Hij had eerst gezegd dat dag één het zwaarste zou zijn en nu was dag twee het állerzwaarst.

De andere dagen waren niet minder zwaar, maar de pijn begon te wennen. Tijdens de Vipassana leerde ik dat alles vergankelijk is. Ook pijn. Alles komt en gaat, niks is blijvend. Volgens dhr. Goenka zijn dit de wetten van de natuur. Op dag vier waaiden zo’n twintig bomen omver.

De tijd verliep traag. Een uur leek soms wel een dag en een dag soms wel een week. Ik keek uit naar dag vijf, omdat ik had bedacht dat een tweede helft van een vakantie ook altijd veel sneller lijkt te gaan. De tweede helft verliep net zo traag.

Ik leerde dat verlangen zinloos is. Ik verlangde veel. Ik verlangde de eerste dagen naar slaap, naar eten, naar lopen, naar gewichtsloosheid en naar lichamelijke sensaties, al mochten we daar juist niet naar verlangen.

Tijdens de wandelingen verwonderde ik mij de eerste dagen over het tempo van mijn medecursisten. Iedereen leek in slow-motion te lopen, terwijl ik juist een stevige doorstapper ben. Ik heb mensen soms wel zes keer moeten inhalen. Ik werd de eerste dagen opstandig als er weer iemand stilstond om een grassprietje te bewonderen. Ik geloofde ze niet. “Ja, ga jij maar lekker genieten van dat grassprietje”. Ik heb zelfs iemand een boom zien knuffelen. Zij heeft het einde van de cursus overigens niet gehaald.

Na een paar dagen, toen mijn zintuigen scherper werden, zag ook ik ineens veel meer. Mijn tempo ging omlaag. Ik begon de steentjes op de grond te herkennen. Ik kon verschillende vogels van elkaar onderscheiden. Wat eerst gewoon groen was, werd een palet van fluoriserend groen tot zwartgroen. Ik heb zelfs veel te lang gekeken naar een laatste blaadje aan een boom en wachtte tot het blaadje losliet. Het was als een spannende film.

Het kostte mij zes dagen om los te komen van verlangens en van de klok. Tijdens het mediteren vroeg ik mij eerst nog geregeld af of het uur nou nog steeds niet voorbij was. Ik was telkens bezig met straks, met een planning. Straks ga ik eerst een rondje lopen en daarna plat liggen. Als ik straks snel ben met eten, kan ik nog even douchen. Na die zes dagen heb ik me gelukkig nergens meer druk over gemaakt. Zelfs niet over het eten of het aantal uren slaap dat ik had.

In totaal heb ik honderd uur alle gewaarwordingen op mijn lichaam zo objectief mogelijk geobserveerd. Hoe langer je naar iets kijkt, hoe meer je gaat zien. Het is waar.
Ik heb een stilte in mij gevonden die ik in mijn hele leven nog nooit eerder had gekend. Het is een stilte die loskomt van de klok. Een stilte die loskomt van herinneringen en gedachten over de toekomst. Een stilte zonder verlangen. Het is een gewaarwording die volledig in het moment zit. Een gewaarwording die door het hele lichaam tintelt, als een ouderwets televisiebeeldscherm met sneeuw. Het is een stilte waarin pijn even niet meer bestaat. Het is een stilte zonder ik.

Op de tiende dag werd het zwijgen opgeheven. Ik probeerde het praten zo lang mogelijk uit te stellen, want ik had geen idee waar ik over wilde praten met al die vreemden, die al helemaal niet meer als vreemden voelden. Ik was van plan mijn eerste woorden te onthouden, maar toen ik eenmaal mijn mond opende kwam er zoveel uit, dat ik nu niet meer weet wat de eerste woorden waren.

Ondanks dat ik tien dagen niemand heb aangekeken of heb gesproken, voelde het alsof ik met een paar mensen een band had opgebouwd. Ik vond het spannend om ze in het echt te zien en te horen en was bang dat de band misschien wel verbeelding was geweest. Het was best gek om die mensen in de ogen aan te kijken en hun stemmen te horen. Sommige mensen leken een heel ander mens te worden nu ze weer in het bezit waren van gezichtsuitdrukkingen en taal. Ik was de hele dag hyperactief en wilde niet meer stoppen met praten. Ik kon niet slapen van enthousiasme. Die avond ben ik al pratend in slaap gevallen.

Ik gun iedereen zo’n ervaring. Ook als je niks met dhr. Goenka en zijn waarheden hebt, zijn deze tien dagen zeer waardevol. Heb jij ooit tien dagen zo bewust stil gestaan bij jezelf en de wereld?